Nu de beuken hun knoppen uit laten lopen groeien daar ook hun ‘bloemen’ uit: talloze stuifmeelkatjes (de ‘mannetjes’) die lang uithangen en stuiven.
Die warrige pruikjes zijn de vrouwtjes: met 2 stampers voor 2 beukennootjes, veilig binnen die pruik die uitgroeit tot zo’n stevige beschermende bolster.
Terwijl de bladeren nog uitgroeien vallen de stuifmeelkatjes met hun dunne zachtharige steeltjes alweer massaal af, tussen alle gevallen knopschubben: opdracht volbracht.
Zo’n metselbij is druk met nestgangen zoeken: breed en diep genoeg, schoonmaken en oplappen, daarin kamers metselen van modder, en die kamer voor kamer vullen met stuifmeel: genoeg voor een ei -> larve tot die als volwassen metselbij zijn cel openbreekt.
De prefab-woningen in dit bijenhotel worden goed benut: een aantal gangen is al (of nog?) dichtgemetseld, en zie hieronder hoe 3 bijen in hun gang werken: hoe kan ze daarin bouwen, keren, én haar vleugels heel houden?!
Wat een drukte op dit (nieuwe) bijenhotel: ik zie maar 2 bijen die gangen inspecteren (ruikend met hun sprieten), en de (iets kleinere) anderen vliegen druk rond of wachten af: de mannetjes op jacht naar een vrouwtje?!
Metselbijen kunnen ook bouwen in zandwanden: in dit (prefab) zandgat kunnen we niet achterin kijken, maar (rechts) kijkt ze vanuit haar smaller gemetselde uitgang of de kust veilig is voor weer buitenwerk: meer modder en/of stuifmeel verzamelen, tot alles af is, en de deur dichtgemetseld!
Wat moet deze muurwesp bij/in bijenhotelgangen: bijen of larven vangen? Nee, ook zij metselt er cellen van klei, maar vult die niet met stuifmeel maar, zoals het wespen betaamt, geeft ze haar larven vlees (rupsen) te eten.
En alweer is de eerste bloeigolf van paardenbloemen zo uitbundig! Zelfs in bermen, na al het eerste maaien, bloeien ze massaal en de bloemhoofdjes lijken voller bezet met (lint)bloemen dan later in het jaar.
Zoveel bloemen verdringen zich uit één plant! Hoe kan die zo vroeg al zoveel forse bloemen groeien: door alle extra stikstof uit de lucht? Of zo’n goede voedselopslag in zijn penwortel?
In die groeihaast ontstaan soms ook ‘siamese’ paardenbloemen van 2 tot wel 5 stelen en bloemhoofdjes, die versmolten blijven: op dezelfde plekken, of aan dezelfde planten als vorig jaar, maar ik zie er steeds meer … of kijk ik steeds beter?
Elk gele lint is een (lint)bloempje met een stamper die opensplijt in 2 krullen. Zoek daarbinnen de nectar: zo’n hommel heeft een stevige spitse tong, maar kleinere beestjes moeten dieper duiken, of genoegen nemen met stuifmeel.
En dit jonge sabelsprinkhaantje is met alerte sprieten op jacht: geen nectar maar beestjes die zich naar al dit zonnige goudgeel laten lokken!
De beestjes: steenhommel, 2x grasbij, een groefbij + rouwmugje Klik hier voor de siamese paardenbloemen van vorig jaar
Vroegbloeiers als speenkruid profiteren van de nog kale bomen om alle voorjaarslicht te vangen voor hun vroege groei en bloei. Ook voor de talloze ouderejaars esdoornkiemplanten is het een race tegen de klok: eerst nog een goede groeispurt vóór hun ouderbomen hen overschaduwen. Pech voor speenkruid: nu al in de schaduw staan van hun brede bladeren, hoe groei je je daar weer onderuit …
Ook vroege beestjes moeten zich haasten voor hun voer: een vliegje dat onder de meeldraden graaft naar nectar, slakjes raspen de bloemblaadjes nog in hun knop, maar zo’n mier weet ook in een aangevreten bloem waar hij de nectar haalt, zonodig ondersteboven.
En intussen kiemen hier alweer talloze nieuwe nuldejaars esdoorntjes, naast één eerstejaars die ook al zijn blaadjes uitvouwt.
Hoe doet braam dat, zoveel bladeren de winter door groen en levend houden: als je wortels in de kou (te) weinig water sturen, en vorst ze stuk kan vriezen? Geen dikke harde bladeren zoals hulst, of andere winterharde struiken, en toch vallen er veel niet af, zoals alle andere ‘zachte’ bladeren?
Elk gaatje was een schimmelinfectie, die snel geïsoleerd en verdroogd werd, en daarmee overwinterden deze bladeren: groen en levend. Maar nu lopen hun okselknoppen uit tot takjes met versgroene blaadjes, die de oude bladeren al snel boven het hoofd gaan groeien.
Onder oprukkend jong blad vangt oud nog wel wat licht, maar zonder bladgroen geen fotosynthese en (dus) geen voedsel meer .. Binnenkort is oud, overwoekerd door jong, niet meer te zien en zal in het (te) donker eindelijk loslaten en afvallen.