Beeld week 41: Klimop bloeit laat

Terwijl zoveel bloemen al zijn uitgebloeid is klimop net begonnen te bloeien
met talloze bloemtrosjes van onopvallende groenige bloempjes,
maar gehuld in wolken lokkende geur, waardoor beestjes weten:
de ‘winkel’ is open voor verse brandstof/energie: nectar.

Dat is wel zoeken voor beestjes: pas nadat de meeldraden zijn uitgestoven
en afgevallen bloeit de stamper en produceert nectar op haar ‘tafeltje’.
Daar kunnen zweefvliegen hun energiedrank opzuigen met hun zuigtong.

Ook wespen, die niet meer te eten krijgen in hun kolonie als die klaar is,
komen graag hun dagelijkse portie energie van klimopbloempjes zuigen.

Deze bromvlieg is nog te vroeg voor nectar maar pikt zo wel stuifmeel op
om te verspreiden, want dat is de brandstofprijs in deze ‘winkel’.
Als ze zo rondzoeken: wat een mooie metallic kleuren op hun konten!

3 soorten zweefvliegen: kegelbijvlieg, doodskopzweefvlieg, blinde bij.
Gewone wesp; (roodwang)bromvlieg 

Beeld week 40: Bijenhotel belaagd

Al in maart begonnen de metselbijen hun bijenhotelkamers in te richten
voor hun larven: genoeg stuifmeel, eitjes leggen, en dan veilig dichtmetselen.
Vanaf eind mei bouwden de kleinere tronkenbijtjes hun nestjes in de
smallere gangen, dichtgemetseld met hars en steentjes, tot begin september.

Al die tijd zijn er ook kapers op de kust: sluipwespen die hun larven
willen voeden met die verse jonge bijenlarven. 
Zeldzaam? Helemaal niet, maar wel zo smal en dun, dat ze (ons) niet opvallen.
Hoe meer bijenhotels, hoe meer sluipwespen: zoveel voer vlak bij elkaar!

Nu de bijenmoeders er niet meer zijn hebben ze het rijk alleen.
Een geschikt nest zoeken, haar lange legboor door het metselwerk persen
en daarachter de beste plekken vinden (op de tast ..!) om haar eitjes te leggen.
Kijk hoe ze moet wrikken en draaien met die lange (tot 6 cm!), soepele,
buigzame én ragdunne legboor, waar ook nog eitjes doorheen moeten!

Na afloop poetst ze zorgvuldig haar legboor, en moet hem weer recht en veilig terug zien te krijgen
in zijn schede (= die lange ‘staart’ aan haar achterlijf): klaar voor een volgende inbraak.

Deze sluipwesp heet: Ephialtes manifestator
en vliegt van mei tot in november.

Beeld week 39: Vennen in droge tijden

Drooggevallen vanaf de heldergroene rietrand, maar zeker niet doods:
zie het dichte dek van sappiggroene moerashertshooi-plantjes,
en hun naam zegt genoeg: bewoners van vennen zijn goed afgestemd
op wisselende waterstanden.

Ook op deze oever is nog veel groen, maar dit felgroene mossige plantje
is watercrassula: een uit vijvers ontsnapte “invasieve exoot” die
ontembaar uitgroeit en zich verspreidt, en zo andere ven-planten verdringt ..

In dit drooggevallen ven gelukkig geen woekerende watercrassula,
maar wel veenmos, tussen en tegen de pollen pijpenstrootje opgegroeid:
als een spons kan het wel 20x zijn eigen gewicht aan water vasthouden,
en ook de wittig verdroogde plantjes zijn nog lang niet (droog en) dood.

Ook zonnedauw staat hier nog sappig genoeg tussen indrogend veenmos,
geduldig wachtend op insecten om met zijn rood-kleverige blaadjes te vangen: 
als aanvulling van voedingsstoffen op deze voedselarme gronden.
Hopelijk vullen de (druilerige) regens de vennen nu weer wat aan!!

Heidevennen in de Maasduinen

Beeld week 38: Ook braam verdroogt

In ‘polderland’ zorgen gemalen voor een gewenst waterniveau,
maar op de hogere zandgronden slaat de droogte veel harder toe:
waar deze jonge eikenstruiken niet genoeg water in hun bladeren
konden krijgen, verdroogden ze, vanaf de bladranden.

Zelfs bramen, die hier (door alle stikstof) zo welig tieren, verdrogen hier
roestig bruin, struik voor struik: de langst groene net iets dieper geworteld?
Zelfs de rijpe zwarte bramen verdroogden vóór ze gegeten werden.

Maar waar het blad groen blijft, blijft het werken (fotosynthese)!

De eikenstruiken: Amerikaanse eik (middelste), zomereik (rechts onderin)
Gezien in De Maasduinen.

Beeld week 37: Versgroen varkensgras

Waar het groen van het gras kort en droog was afgemaaid
werd het platgroeiende varkensgras, laag onder het maaimes, niet geraakt
en groeide – ondanks de droogte – snel uit over de kale ruimte:
breed en laag kruipend waar het kan, en omhoog waar het moet.

Ook over tegels, asfalt, en zelfs metaal kan het voortvarend voortgroeien
zonder te wortelen, terend op zijn wortels ergens verder terug in de aarde.
En tegelijk bloeien ze ook met talloze minibloempjes, in elke bladoksel één!

Ook andere on(?!)kruiden overgroeien verdroogd gras sneller 
dan het gras uitloopt, zoals dit verse voorjaarsgroene duizendblad.

Klik hier om ‘Droogte in polderland?’ nog eens te zien