Beeld week 24: Orchideeën in de berm

Zoveel orchideeën, zomaar naast het fietspad, in het Amsterdamse Bos?!
Niet zeldzaam omdat ze maar moeizaam groeien en bloeien, maar door
verdwijnen van de natte voedselarme bodems waarop zij zijn gespecialiseerd!
Waar hier het (regen)water uit de Heuvel kwelt winnen zij het ruim van 
alle ‘bramen en brandnetels’ die juist profiteren van (te..)veel stikstof.

Tussen zoveel ratelaars, ook die zijn specialisten op natte stikstofarme grond:
zij tappen extra ‘mest’stoffen af uit graswortels (en houden zo de grassen kort)
terwijl orchideeën hulp krijgen van ‘hun’ bodemschimmels.

In hun diepe bloemen gaat de akkerhommel door de ‘voordeur’ naar binnen,
maar zie ik daar (rechts onderin) maar liefst 3 inbraakgaatjes gebeten?!
In die grote kelken groeien de zaden rijp en droog, tot de wind ze eruit ratelt.

Soorten: rietorchis, ratelaar, (langtongige) akkerhommel
Klik hier voor de inbraak van vorige week

Beeld week 23: Wikke met inbraak

Zoveel trossen met lange hangende bloempjes,
met hun nectar zo diep bovenin hun bloem, dat die grote akkerhommels
stevig vast moeten hangen om daar met hun LANGE tong bij te kunnen …
En ‘en passant’ brengen ze zo stuifmeel van bloem naar bloem.

Maar deze aardhommel gaat niet via de hoofdingang naar binnen:
hun kortere tong haalt de nectar bovenin niet, zij bijten daar een gaatje heen …
Die rechtsonder is op heterdaad betrapt bij zo’n inbraak,
zonder tegenprestatie: zo ben je geen postiljon d’amour/stuifmeel!

Ook deze honingbij zoekt daar niet naar een hoofdingang maar …

De soorten: vogelwikke, bonte wikke
Akkerhommel, aardhommel, honingbij

Beeld week 22: Zuringkleuren

Terwijl (bemeste) weilanden al overal gemaaid en kaal worden
bloeien de (niet bemeste) bloemrijke hooilanden en bermen volop verder:
naast boterbloemen, margrieten, fluitekruid en (veel!) bloeiende grassen
kleurt (veld)zuring de graslanden massaal oranjerood.

Een oranjerode waas van doorschijnende zuringbloempjes en -vruchtjes
die vurig opgloeien in laag zonlicht.
En daaronder: genoeg beestjes en dekking nog voor jonge weidevogels!

Beeld week 21: Boterbloemen stralen

Nu de paardenbloemengolf voorbij is en hun laatste pluis nog verwaait
zijn ook boterbloemen begonnen aan hun massale voorjaarsbloei: 
nu allemaal tegelijk, en later in het jaar weer gespreider verder bloeien.

Zoveel glanzend witte en gele bloemen in het voorjaar: die reflecteren licht wat als een schijnwerper
beestjes treft: hier stuifmeel en nectar ‘te koop’, tegen ‘betaling’ van bestuiving svp! 
En in de kommetjes van boterbloemen bundelt die energie tot een opwarming
van 2 à 3 graden: heel welkom voor vroege beestjes op nog koele dagen!

Deze beestjes gespot op een frisse dag (13 graden): te koud om te vliegen 
zonder zon om genoeg op te warmen (tot zeker 15 graden), 
maar met wat boterbloemwarmte toch?!  Ook die kleintjes?

En zoekt dit spinnetje warmte, of licht- en warmtezoekende beestjes?

Ook witte bloemen kunnen zo ‘stralen’, blauwe en paarse bloemen niet:
die komen later in bloei, als de dagen al warmer zijn.
De soorten: een bladwesp (+ een bladvlo), een bollenzweefvlieg, een bloemvlieg, 
slanke driehoekszweefvlieg, een dansmugje (Rhamphomia), ?vliegje, een renspin

Beeld week 20: Drijvende algen

Na zoveel zonnige voorjaarsdagen is slootwater zo opgewarmd dat
algen snel kunnen groeien: de groene draad-algen verstrengelden zich tot ‘matjes’
die gaan drijven op de zuurstof die ze overdag zelf maken (fotosynthese)
en op bellen moerasgas uit de slootbodem.

Zo ontstaat een patchwork van groene flappen en andere plantenresten die
tegen elkaar op drijven en rimpelen, tot een bonte lappendeken over de sloot.

Maar helaas, die uitbundige groene algengroei is geen goed teken:
zo veel stikstof, uit de lucht? Of van (over..)bemesting van de weilanden?

Drijfkracht in beeld, aan het eind van een warme zonnige dag:
de grote bellen van moerasgas vanaf de slootbodem en
de kleine van zoveel geproduceerde zuurstof die nog niet kon ontsnappen.

Dit heet ook wel flap (of flab: floating algae beds)