Beeld week 36: Heide in droge tijden

Op de hoge zandgronden, waar de meeste planten slecht aarden door 
gebrek aan water en voedingsstoffen, hoeft struikhei het terrein maar
met een paar andere droogte verdragende soorten te delen.
Nu verdrogen toch een aantal heidestruikjes fel oranje-roestbruin: maar dood?
Ze zouden zomaar weer groen uit kunnen lopen: nu nog, of volgend voorjaar.

Kijk hoeveel hei ‘gewoon’ paars bloeit, hoe de oranje-roestbruin verdroogde hei
afwisselt met groene veldjes en struikjes.
En aan de verse zandsporen te zien gaat het werk van graafbijen ook door.

De door koeien gesnoeide eikjes lopen ook nu weer frisgroen uit:
hebben ze goede diepe wortels, als misschien al best oude dwergboompjes?
Ook de jaarlijks kortgevreten vuilboompjes lijken deze droogte
goed aan te kunnen: met groen blad en al wat rijpe rode bessen.

De vurigste verkleuring toont dit heideveld:
heldergroene velden vossenbes, broederlijk gemengd met blauwe bosbes,
waarvan het blad fel oranje is verdroogd, maar mét al rijpe bosbessen!

Gefotografeerd hoog (en droog) boven de Drenthse Aa

Beeld week 34: Webjes in de heg

Bij zulke zwevende webjes in een haag hoort meestal een spinrag-tunneltje
waarin een spin zich schuil houdt: wachtend op prooi die verstrikt moet raken
in haar spindraden, die ze uitnodigend als een terras/balkon voor haar huis heeft uitgespannen.

Met nog wat dauwdruppeltjes is haar vangnet goed te zien, en hoe ze
vanuit die donkere trechter met haar poten zorgvuldig elke beweging
op het vangweb voelt: en dan ‘vliegens’vlug de vangst haar hol in trekken!

Bovenop een haag: als elk kuiltje zo’n trechterhol is, hebben 2 buren dan samen
zo’n groot vangplateau geweven? En delen ze dan de vangst, of zijn er echt grenzen?

Trechterwebjes kunnen ook heel goed in spleten van muren en schuren,
en hoeken van huizen: stevig beschermd, muurvast!

Veel soorten spinnen maken trechterwebben, oa. onze huispin

Beeld week 33: Droogte in polderland?

Veel warmte en geen regen, maar hier toch weinig sporen van verdroging:
ze hangen hun bladeren goed slap uit de zon, en zijn al klaar met bloeien
en zaden. Nog ruim de tijd om zich winterklaar te maken: wortelstokken vullen.

Droog ogen vooral gazons en bermen: waar het groen van het gras
is gemaaid ligt de onderlaag er lang dor en droog bij, tot het gras weer uitloopt.
Maar anderen herstellen zich sneller en pakken meteen hun bloei weer op:
laag-bij-de-grond ipv. op heuphoogte.

Hoe kunnen ze dat in de (hitte en) droogte: gaan hun wortels zo diep of
zakt het water niet zo ver in polderland: heel Amsterdam op min 2 meter NAP,
bij (te) weinig regen houd je je polderpeil gelijk door minder te bemalen.
Staat daarom deze niet-gemaaide berm er zo sappig groen en bloeiend bij?!
Loont het om regenwater langer vast te houden ipv. weg via het riool?
Slaat de droogte dus vooral toe in (zand)land en dijken boven NAP?

Ook in polderland verdroogt er blad: aan jonge of slecht gewortelde struiken.
En deze hazelaar heeft zijn groen nog wel nodig om zijn hazelnoten te rijpen..

Soorten: valse salie, slangenwortel, rolklaver, wilde peen

Beeld week 32: Wilde peen bloeit uit

Wilde peen is massaal opgeschoten op dijken en zandige bermen.
Hoe doorstaan die hoge tengere planten de hitte en droogte:
vangt hun lage, diep ingesneden, peterselie-achtige blad weinig zon,
en wortelt hun peen/penwortel diep genoeg, naar het grondwater?
(Wilde peen heeft geen oranje ‘worteltjes’, maar witte peentjes)

Hun bloeischermen waaraan ‘duizend bloempjes bloeien’ lokken veel beestjes:
de grasbij verzamelt er (veel) stuifmeel voor haar larven, 
en deze zweefvlieg zuigt nectar met zijn zuigsnuit terwijl
die lange witte meeldraden stuifmeel op zijn lijf proberen te plakken.

Terwijl de laatste bloempjes nog bloeien krullen de schermen alweer dicht,
zodat alle babyvruchtjes binnenin beschermd kunnen uitgroeien en rijpen.
Dan buigen die bollen weer open om de borstelige zaden
aan te laten haken aan vacht of veren, naar een liefst verre groeiplek.

Binnen die stekelige bol zoekt een spinnetje prooi, of een nestplek?
Een ander heeft zo’n ruimte al dichtgesponnen rond haar ei-pakket.
Past deze hooiwagen er met die lange poten gewoon niet in,
of ligt ze op wacht, of zoekt ze alleen een veilig zonplekje?