Beeld week 40: Poepgoed

Dat is nog eens andere poep dan die flatsen van koeien die altijd aan de dunne lijken te zijn:
‘wilde’ runderen stapelen mooie stevige schijven waarin je nog kunt zien 
wat voor stevige planten/bladeren ze hebben gegeten.

Want ondanks herkauwen en maar liefst vier flinke magen, met daarna
véééél langere darmen dan bij vleeseters, blijft er nog veel halfverteerd over.
Daar azen anderen op: achter elk gaatje heeft een (stront)vliegenlarve geleefd,
en vogels pikken graag zulke zachte eiwitrijke hapjes uit de mest (zie onder).

Deze zwammen leven van de voorbewerkte plantenvezels en verteren ze
tot (gerecyclede) grondstoffen/meststoffen: daarvan maken nieuwe planten
maar wat graag gebruik, vooral in zandig voedselarm terrein!

Beeld week 39: Sporen in het zand

Twee muizen die naast, of na elkaar door dit duinkommetje struikelden,
lastig om niet weg te glijden in dat losse zand, hun nageltjes zetten ze schrap.
Onder: muizenspoor kruist keverspoor, een rupsbandje van zijn 2×3 pootjes.

Een hagedisje laat een kronkelspoor na van buik en staart.

Maar zo’n raar spoor, zonder pootjes, grillig, richtingloos of zoekend, naar …?
Slakjes op reis raken hun houvast kwijt als het fijne droge losse zand
aan hun slijm plakt, hun slijmspoor wordt een zandrand.
Als de wind zich er ook mee bemoeit word je met spoor en al omgekieperd …

Week 38: Zwam omarmt sprietjes

Ondanks de droogte groeien zwammen op hout alweer nieuwe hoeden uit, 
fluweelzacht vouwt deze zich om grassprieten heen zonder ze zelfs te buigen ..

In al oudere randen zijn veel grasjes nog steeds groen en levend, en ook
een omgroeid heidetakje is niet afgeknepen maar goed in bloei gekomen.

Geruisloos worden takje en blaadjes in de nieuwe witte rand opgenomen,
en doorgroeiend laat de hoed de steeltjes en takjes achter in hun tunneltjes.
Ze groeien kracht-loos maar toch zo stevig dat ze meerjarig actief kunnen zijn!

Soorten: harslakzwam, tolzwam, dikrandtonderzwam, roodgerande houtzwam
Klik hier voor hoe nevelzwammen blaadjes ea. omgroeien

Beeld week 37: Libellen in de zon

Nee, deze ogen maar klein en onopvallend als ze zitten te zonnen, doodstil,
vleugels wijd voor zoveel mogelijk zonne-energie op hun vliegspieren.

Maar van dichtbij: ragfijn én stevig, en subtiel getekend.
En van voren: die 2 mega-koptelefoons zijn hun geavanceerde ogen die met
tienduizenden(!) facetogen beelden vormen van tienduizenden(!) ‘pixels’, scherp genoeg
om, al vliegend, een vliegende prooi te spotten en te vangen.

Vliegend/jagend zijn ze niet te filmen/fotograferen, zo vliegensvlug
kunnen ze wegschieten, zwenken en keren, soms stilstaan en zelfs achteruit:
uiterst wendbaar met hun 4 apart aan te sturen vleugels!
Een wonder dat die daar niet veel meer van slijten dan hieronder …

Prooi vangen ze in volle vlucht en eten die ook vliegend op, maar deze
heeft toch een zitplek gezocht met zijn te? grote, half gekauwde maal.

Soort: bruinrode heidelibel