Beeld week 42: Haagbeuken rijp

Terwijl de meeste bladeren nog volop groen zijn
vergelen de trossen vruchten als hun zaden rijpen.

Zo bloeiden de vrouwtjes/stamperbloempjes in april/mei,
onopvallend en tenger tussen alle mannetjes/meeldraadkatjes.
Hun vruchtjes groeiden, ieder in hun eigen schutblad, samen in lange trossen
tot ze rijp zijn om los te drogen; of om eerder af te waaien, rijp en groen …

Week 41: Lieveheersbeestje verpopt

Als die laatste larven ook genoeg hebben gegeten (heel veel bladluizen!) en gegroeid
kunnen ze ook nog op tijd verpoppen, stevig aan het blad gehecht.
Daarbinnen ‘verbouwen’ ze zich en kunnen dan met gloednieuwe vleugeltjes
naar een beschut plekje zoeken: om als kevertje te overwinteren.

In het voorjaar/mei is het eerste wat ze gaan doen: paren
voor een nieuwe generatie lieveheersbeestjes!

Beeld week 40: Kruisspin in eindfase

Met haar poten aan de signaaldraden voelt ze de prooi,
die ze doodt, stevig inspint en haar spijsverteringssappen inspuit.
Als deze wesp genoeg is verteerd/opgelost kan ze haar maaltijd opzuigen:

Nog even flink eten voor haar laatste fase.
Ze is (letterlijk) groot geworden, met zo’n honderd eitjes in haar achterlijf:
die moet ze nog leggen en in een stevige cocon inspinnen: om te overwinteren!

Beeld week 39: Teunisbloem bloeit laat

Terwijl al zoveel vruchten rijpen en dan hun zaden vrijlaten,
groeit de stengel nog steeds stijf en stevig door, recht omhoog, om op de top
nog meer late bloemen te groeien, die vooral ’s nachts bloeien en geuren.

Bijen worstelen zich langs het draderige stuifmeel dat baardig vastplakt en
zich niet netjes laat inpakken in haar stuifmeelkorfje: zo verliest ze veel, en het vliegt lastig,
maar de bloeigeur lokt sterk genoeg, naar de nectar onderin!