Beeld week 20: Drijvende algen

Na zoveel zonnige voorjaarsdagen is slootwater zo opgewarmd dat
algen snel kunnen groeien: de groene draad-algen verstrengelden zich tot ‘matjes’
die gaan drijven op de zuurstof die ze overdag zelf maken (fotosynthese)
en op bellen moerasgas uit de slootbodem.

Zo ontstaat een patchwork van groene flappen en andere plantenresten die
tegen elkaar op drijven en rimpelen, tot een bonte lappendeken over de sloot.

Maar helaas, die uitbundige groene algengroei is geen goed teken:
zo veel stikstof, uit de lucht? Of van (over..)bemesting van de weilanden?

Drijfkracht in beeld, aan het eind van een warme zonnige dag:
de grote bellen van moerasgas vanaf de slootbodem en
de kleine van zoveel geproduceerde zuurstof die nog niet kon ontsnappen.

Dit heet ook wel flap (of flab: floating algae beds)

Beeld week 19: Vroege rupsjes!

Al zoveel rupsenvraat in net uitgelopen, nog lentegroene bladeren?!
Wintervlinders doen hun naam eer aan: ze vliegen en paren in de winter
en leggen hun eitjes in de bladknoppen, straks voer voor hun rupsjes.

Bij zo’n ‘ketting’ van vraatgaatjes zijn ze zelfs al in de knop
begonnen te eten, nog vóór het uitvouwen van de blaadjes.

Wintervlinderrupsjes groeien als kool op die sappige, kersverse bladeren. 
Zo zijn ze ook als eersten beschikbaar als jonge-vogeltjesvoer: de rupsenpiek!
Als schuilplaats trekken ze met spinsel een plooi, een holletje,
of ze ‘plakken’ 2 bladeren als vloer en dak tot een huisje.

Dan moeten vogels wel wat zoeken, maar mezen-ouders lukt dat goed …!

Beeld week 18: Beuk in blad en bloei

Nu de beuken hun knoppen uit laten lopen groeien daar ook hun ‘bloemen’ uit: 
talloze stuifmeelkatjes (de ‘mannetjes’) die lang uithangen en stuiven.

Die warrige pruikjes zijn de vrouwtjes: met 2 stampers voor 2 beukennootjes,
veilig binnen die pruik die uitgroeit tot zo’n stevige beschermende bolster.

Terwijl de bladeren nog uitgroeien vallen de stuifmeelkatjes
met hun dunne zachtharige steeltjes alweer massaal af, 
tussen alle gevallen knopschubben: opdracht volbracht.

Beeld week 17: Bijen metselen nesten

Zo’n metselbij is druk met nestgangen zoeken: breed en diep genoeg,
schoonmaken en oplappen, daarin kamers metselen van modder, 
en die kamer voor kamer vullen met stuifmeel: genoeg voor een ei -> larve
tot die als volwassen metselbij zijn cel openbreekt.

De prefab-woningen in dit bijenhotel worden goed benut: een aantal gangen
is al (of nog?) dichtgemetseld, en zie hieronder hoe 3 bijen in hun gang werken: 
hoe kan ze daarin bouwen, keren, én haar vleugels heel houden?!

Wat een drukte op dit (nieuwe) bijenhotel: ik zie maar 2 bijen die
gangen inspecteren (ruikend met hun sprieten), en de (iets kleinere) anderen
vliegen druk rond of wachten af: de mannetjes op jacht naar een vrouwtje?!

Metselbijen kunnen ook bouwen in zandwanden: in dit (prefab) zandgat
kunnen we niet achterin kijken, maar (rechts) kijkt ze vanuit haar
smaller gemetselde uitgang of de kust veilig is voor weer buitenwerk: meer modder en/of stuifmeel verzamelen, tot alles af is, en de deur dichtgemetseld!

Wat moet deze muurwesp bij/in bijenhotelgangen: bijen of larven vangen?
Nee, ook zij metselt er cellen van klei, maar vult die niet met stuifmeel
maar, zoals het wespen betaamt, geeft ze haar larven vlees (rupsen) te eten.

De soorten: rosse metselbij, vroege muurwesp

Beeld week 16: Paardenbloemengolf

En alweer is de eerste bloeigolf van paardenbloemen zo uitbundig!
Zelfs in bermen, na al het eerste maaien, bloeien ze massaal en
de bloemhoofdjes lijken voller bezet met (lint)bloemen dan later in het jaar.

Zoveel bloemen verdringen zich uit één plant! Hoe kan die zo vroeg al
zoveel forse bloemen groeien: door alle extra stikstof uit de lucht?
Of zo’n goede voedselopslag in zijn penwortel?

In die groeihaast ontstaan soms ook ‘siamese’ paardenbloemen
van 2 tot wel 5 stelen en bloemhoofdjes, die versmolten blijven:
op dezelfde plekken, of aan dezelfde planten als vorig jaar,
maar ik zie er steeds meer … of kijk ik steeds beter?

Elk gele lint is een (lint)bloempje met een stamper die opensplijt in 2 krullen.
Zoek daarbinnen de nectar: zo’n hommel heeft een stevige spitse tong, maar
kleinere beestjes moeten dieper duiken, of genoegen nemen met stuifmeel.

En dit jonge sabelsprinkhaantje is met alerte sprieten op jacht: geen nectar
maar beestjes die zich naar al dit zonnige goudgeel laten lokken! 

De beestjes: steenhommel, 2x grasbij, een groefbij + rouwmugje
Klik hier voor de siamese paardenbloemen van vorig jaar