Beeld week 32: Wilde peen bloeit uit

Wilde peen is massaal opgeschoten op dijken en zandige bermen.
Hoe doorstaan die hoge tengere planten de hitte en droogte:
vangt hun lage, diep ingesneden, peterselie-achtige blad weinig zon,
en wortelt hun peen/penwortel diep genoeg, naar het grondwater?
(Wilde peen heeft geen oranje ‘worteltjes’, maar witte peentjes)

Hun bloeischermen waaraan ‘duizend bloempjes bloeien’ lokken veel beestjes:
de grasbij verzamelt er (veel) stuifmeel voor haar larven,
en deze zweefvlieg zuigt nectar met zijn zuigsnuit terwijl
die lange witte meeldraden stuifmeel op zijn lijf proberen te plakken.



Terwijl de laatste bloempjes nog bloeien krullen de schermen alweer dicht,
zodat alle babyvruchtjes binnenin beschermd kunnen uitgroeien en rijpen.
Dan buigen die bollen weer open om de borstelige zaden
aan te laten haken aan vacht of veren, naar een liefst verre groeiplek.



Binnen die stekelige bol zoekt een spinnetje prooi, of een nestplek?
Een ander heeft zo’n ruimte al dichtgesponnen rond haar ei-pakket.
Past deze hooiwagen er met die lange poten gewoon niet in,
of ligt ze op wacht, of zoekt ze alleen een veilig zonplekje?



























