Beeld week 40: Bijenhotel belaagd

Al in maart begonnen de metselbijen hun bijenhotelkamers in te richten
voor hun larven: genoeg stuifmeel, eitjes leggen, en dan veilig dichtmetselen.
Vanaf eind mei bouwden de kleinere tronkenbijtjes hun nestjes in de
smallere gangen, dichtgemetseld met hars en steentjes, tot begin september.

Al die tijd zijn er ook kapers op de kust: sluipwespen die hun larven
willen voeden met die verse jonge bijenlarven.
Zeldzaam? Helemaal niet, maar wel zo smal en dun, dat ze (ons) niet opvallen.
Hoe meer bijenhotels, hoe meer sluipwespen: zoveel voer vlak bij elkaar!

Nu de bijenmoeders er niet meer zijn hebben ze het rijk alleen.
Een geschikt nest zoeken, haar lange legboor door het metselwerk persen
en daarachter de beste plekken vinden (op de tast ..!) om haar eitjes te leggen.
Kijk hoe ze moet wrikken en draaien met die lange (tot 6 cm!), soepele,
buigzame én ragdunne legboor, waar ook nog eitjes doorheen moeten!
Na afloop poetst ze zorgvuldig haar legboor, en moet hem weer recht en veilig terug zien te krijgen
in zijn schede (= die lange ‘staart’ aan haar achterlijf): klaar voor een volgende inbraak.
Deze sluipwesp heet: Ephialtes manifestator
en vliegt van mei tot in november.




























