Beeld week 28: Hazelnoten groeien uit

Al in januari/februari (soms al december) bloeiden de hazelaars: met heel veel
lang uithangende stuifmeelkatjes, terwijl de vrouwtjes (stamper’bloemen’)
hun vruchtbeginsel veilig in de knop hielden, en alleen
hun rode stempels eruit staken, om stuifmeel uit de wind te vangen.
Bij het uitlopen groeiden de verdroogde stempels mee naar buiten.

Hun vruchtbeginsels stonden nog lang in de pauzestand: eerst moeten
alle bladeren goed uitlopen en aan het werk: groeien, zich verweren
tegen bladluizen, rupsen ea, en daarna (juni) is er tijd en energie om
hun zaden (hazelnoten) uit te groeien, onder hun beschermende blad.

En nu krijgen ze meer ‘body’, maar haast hoeven ze nog niet te hebben: pas in
oktober moeten ze rijp zijn voor verspreiding door muizen, eekhoorns, vogels.

Klik hier voor het bloeien van hazelaar

Beeld week 27: Planten in de hitte

Hoe houden planten zich (letterlijk..) overeind in zoveel zonnewarmte?
Behalve door houtige vaten in stengels en bladnerven zijn ze soepel en stevig
door de waterdruk (turgor) die van hun cellen stevige waterballonnetjes maakt.
Maar als de zon zoveel van je water verdampt verlept je blad tot slappe vodden ..

Voordeel van hangende bladeren: ze vangen minder zonnewarmte,
wie zijn bladstelen snel kan buigen beschermt zijn bladeren dus een beetje!
Als de hitte afneemt kunnen de wortels weer ‘turgor’water aanvoeren.

Springzaad spreidt zijn bladgroen zo wijd mogelijk uit in dunne, brede bladeren:
om als schaduwplant toch genoeg licht te vangen. Dat die in de zon verleppen
nemen ze voor lief: ze kunnen die daarna snel weer volledig sterk pompen!

Manieren om je water/stevigheid te beschermen:
een dikke huid, zoals deze distel, die ook nog zonlicht weg-reflecteert, of
compacte, ingesneden bladeren met een (heel) klein oppervlak voor zonlicht:
met die lange dagen vangen die al gauw genoeg licht voor hun fotosynthese!

Bij kamille staan er nog wat smalle groene bladsprietjes aan de stengel, en
slangenwortel heeft aan de bloeisteel alleen nog bladgroen in de bloemkelken.
Ook cichorei doet het daar zonder bladeren, alleen onderaan nog een paar, 
in de koelte en schaduw van de eigen bloemstengels.

Van klaverzuring (ook een schaduwplant) lijken de blaadjes vóórgevouwen: 
om zonodig meteen in deze hittebestendiger stand neer te vouwen?

Beeld week 26: Linden bloeien

Als bijna laatste boom bloeien nu ook alle linden: niet met
kleurige, licht reflecterende of blauw/paars lokkende bloemblaadjes, maar
ze zetten vol in op een uitnodigende geur: “hier nectar, en stuifmeel!!”

Hommels en bijen reageren meteen en laten de bloemen zoemen!
Ook de ‘voorraadtassen’ heeft ze gevuld, met 2 klompjes linde-stuifmeel,
vastgehaakt achter de kammetjes aan haar achterpoten.

Als de bloemen uitbloeien vallen alle meeldraden (en kelkblaadjes) af
en groeien alleen de vruchtbeginsels uit, hangend aan de ‘vleugel’
die straks hun rijpe zaden wegzweeft, zo ver mogelijk ..

Beeld week 25: Bloei blauw en paars

In het vroege voorjaar bloeien meest die glanzende witte en gele bloemen
die licht (en warmte) reflecteren om insecten te lokken: hier nectar!!
Als de dagen langer (en warmer) zijn bloeien meer paarse en blauwe bloemen, 
kleuren die bijen, hommels en vlinders goed kunnen zien: ze lokken naar
‘diepe’ bloemen, waar alleen langtongige beestjes bij de nectar kunnen
(en met slimme constructies om die dan ook stuifmeel te laten vervoeren ..)

Hoe diep moet die hommel gaan voor de nectar, bovenin die harige kelk!
Maar kijk, een gat in zo’n (uitgebloeide) kelk: inbraak door een beestje dat
niet buitengesloten wilde worden …?!

Ook slangenwortel bloeit nu, met veel blauwe bloemen, wel diep maar
niet smal: rechts is de hommel er helemaal ingekropen, naar de ‘voorraadkast’.
Maar deze vlinder hoeft er niet in te duiken, met zo’n lange oprolbare tong!

In grassige bermen staat vaak knoopkruid, met hoog op zijn stengels
hoofdjes met veel smalle (en diepe) paarse buisbloempjes, en een rand
van lange, wijduitstaande lokbloemen (zonder nectar of stuifmeel):
kom hier eten!! De hommels weten waar je de nectar wel haalt: in het midden.

De planten: dagkoekoeksbloem, slangenwortel, knoopkruid.
Beestjes:  aardhommel 3x, vlindertje: gamma-uil, akkerhommel,
2 grote koekoekshommels, steenhommel.

Beeld week 24: Orchideeën in de berm

Zoveel orchideeën, zomaar naast het fietspad, in het Amsterdamse Bos?!
Niet zeldzaam omdat ze maar moeizaam groeien en bloeien, maar door
verdwijnen van de natte voedselarme bodems waarop zij zijn gespecialiseerd!
Waar hier het (regen)water uit de Heuvel kwelt winnen zij het ruim van 
alle ‘bramen en brandnetels’ die juist profiteren van (te..)veel stikstof.

Tussen zoveel ratelaars, ook die zijn specialisten op natte stikstofarme grond:
zij tappen extra ‘mest’stoffen af uit graswortels (en houden zo de grassen kort)
terwijl orchideeën hulp krijgen van ‘hun’ bodemschimmels.

In hun diepe bloemen gaat de akkerhommel door de ‘voordeur’ naar binnen,
maar zie ik daar (rechts onderin) maar liefst 3 inbraakgaatjes gebeten?!
In die grote kelken groeien de zaden rijp en droog, tot de wind ze eruit ratelt.

Soorten: rietorchis, ratelaar, (langtongige) akkerhommel
Klik hier voor de inbraak van vorige week