Beeld week 32: Witvlakrups zit stil

Zo’n bont en borstelig rupsje dat toch niet opvalt? Dat ik pas ‘in het oog krijg’
als ik goed op zoek ga bij de vraatgaten in mijn balkonplanten?
Een algemene soort, ook in tuinen en steden, die toch (bijna) niemand kent?!

Gewapend met schrikkleuren (tegen roofinsecten) en borstels (tegen vogels)
kunnen ze ook zo onopvallend stilzitten dat geen mens (of prooizoeker) ze ziet.
Ze eten zelfs bijna bewegingsloos …

Van hun vervellingen blijven her en der restjes van hun huid-en-haar hangen.
Zijn de grootste rupsen al bijna toe aan verpoppen tot witvlakvlindertjes?

Beeld week 31: Klein streepzaad

In gemaaide gazons en bermen kunnen deze mini-paardenbloemjes
massaal hun kopjes opsteken, boven de madeliefjes uit, en ook
tussen stoepstenen kunnen ze de plaats van paardenbloemen innemen.

Voedselzoekertjes kunnen in zo’n veldje veel van hun gading vinden:
zie het al goed gevulde stuifmeelkorfje (achterpoot) van de hommel hieronder.

De beestjes: honingbij, een groefbij (+ vliegje), akkerhommel

Beeld week 30: Bosrank klimt hogerop

Wat een oerwoud van bosrank, onze wilde clematis, in parken en bosranden
met die slingerende lianen: hun soepele stammen die omhoog groeiden tot
ze steun vonden om nog hoger te ‘ranken’, tot boven de hoogste takken.
Daar groeien hun jonge loten breed uit, tot gul bloeiende hangende tuinen!
Wel zwaar voor de gast-boom, die in hun schaduw moet zien te leven …

En wie geen goede hangplek heeft kruipt gewoon breed uit over de stoep.

Bosrank (Clematis vitalba) gefotografeerd in A’damse Bos en parken

Beeld week 29: Bladluizen aan het sap

Daar zitten ze in file, hun steeksnuit in een nerf geboord, in een bastvat om er
het bastsap uit te zuigen: vol suikers en bouwstoffen, die onderweg waren
naar plekken waar de plant moet groeien/repareren.
Er moet wel veel te halen zijn als ze zo vrouwtje-aan-vrouwtje zitten!

Volwassen vrouwtjes met een sliert kinderen achter zich aan die ze
aan de lopende band levend baren (geen eitjes!), zonder mannetjes en sex:
dat kan dus flink doorfokken! Maar als hun voedsel opraakt ontstaan er
gevleugelde vrouwtjes, die nieuwe sap-planten moeten gaan zoeken.

Wat ze teveel opzuigen persen ze via die buisjes achterop er weer uit:
daar komen meteen mieren op af om hun zoete sap te ‘melken’,
of het valt als ‘honingdauw’ naar beneden, voor andere sapliefhebbers. 

Zulke vastgeprikte en suikerrijke beestjes zijn ook een gewilde prooi voor
larven van lieveheersbeestjes, zweefvliegen, en voor sluipwespjes.

Klik hier voor bladluizen op riet, met ook geparasiteerde bladluizen

Beeld week 28: Jonge reiger op jacht

De tijd van kekkeren en gevoerd worden is voorbij: jonge reigers moeten
zelf leren om visjes te spotten en te snel af te zijn: dat valt nog niet mee!

Speuren … opperste concentratie … strak in het oog houden … exact mikken … PATS
… mis, opgestoken veren: “ik zal je …”  … PATS … RAAK! … maar voor zo’n piepklein visje …

Dan zo’n volwassen reiger met een megavangst, die hij eerst
rustig/dood moet krijgen, en dan – in z’n geheel!! – zien door te slikken!

Jonge reigers zijn even groot als hun ouders maar hebben nog geen lange donkere ‘wenkbrauwen’