Week 38: Kastanjemineerder eet door

Net niet zichtbaar onder de dunne bladopperhuid, maar tegen het licht zie je
de mineerlarven hun ‘mijn’/holte steeds verder in het bladmoes uitgraven/-eten:
hun woon-/eet-/slaapkamer, toilet, en kleedkamer voor vervellingen.

Gestaag doorgraven/-eten tot ze rijp zijn om te verpoppen, en dan
‘thuis’ overwinteren in hun eigen afgevallen paardenkastanjeblad.
Als dat veilig lukt vliegen in het voorjaar de volwassen motjes uit
om te werken aan nieuwe generaties kastanjemineermotjes.

Klik hier voor andere mineerders (in hazelaar, eik, beuk, populier)

Beeld week 36: Dreigende rupsen

Ook rupsen dreigen graag met een zwart-met-geel wespenpatroon.
En als deze oneetbaar uitziende stekelharige bij alarm zich kromt
wordt hij ook nog gevaarlijk zwart-geel gestreept.

Felle patronen geven het (nep)bericht: ik ben gevaarlijk, giftig, smaak vies …
Als die dreiging niet overkomt: (ver)berg je dan maar!

Deze olifantsrups trekt bij gevaar zijn nek + kopje in tot een reuzen”gezicht” 
met starende “ogen” en dreigend opgetrokken “bovenlip”: pas op, ik val aan!

De soorten: zebrarupsen van de St.Jacobsvlinder,
rups van de Meriansborstel, rups van Bont schaapje,
olifantsrups van Groot avondrood.

Week 35: Zweefvliegen op leverkruid

Deze laatbloeier met steeds weer nieuwe trosjes (buis)bloempjes vol nectar
is ook goed bereikbaar voor minder gespecialiseerde bezoekers,
ook de zuigtongen van zweefvliegen kunnen ver genoeg de bloempjes in:

Ze vermommen zich veilig: als wespen, in zwart-met-gele patronen,
of als stekende, harige hommels of bijen ( = mimicry).

Deze echte wesp (bijenwolf) is al ‘gevaarlijk’ genoeg, voor rustig bloembezoek.

Soorten zweefvliegen: pendelvlieg, bosbijvlieg, kegelbijvlieg, hommelbijvlieg 
Laatste: bijenwolf (een wespensoort die vooral van bijen leeft)