
Na zoveel zonnige voorjaarsdagen is slootwater zo opgewarmd dat
algen snel kunnen groeien: de groene draad-algen verstrengelden zich tot ‘matjes’
die gaan drijven op de zuurstof die ze overdag zelf maken (fotosynthese)
en op bellen moerasgas uit de slootbodem.

Zo ontstaat een patchwork van groene flappen en andere plantenresten die
tegen elkaar op drijven en rimpelen, tot een bonte lappendeken over de sloot.


Maar helaas, die uitbundige groene algengroei is geen goed teken:
zo veel stikstof, uit de lucht? Of van (over..)bemesting van de weilanden?

Drijfkracht in beeld, aan het eind van een warme zonnige dag:
de grote bellen van moerasgas vanaf de slootbodem en
de kleine van zoveel geproduceerde zuurstof die nog niet kon ontsnappen.


Dit heet ook wel flap (of flab: floating algae beds)
